Faalangst
Sociale faalangst:
Dit komt veel voor bij kinderen die geremd zijn in het leggen van contacten. Zij zijn bang om af te gaan voor hun klasgenoten en vertonen vaak erg bescheiden gedrag en staan het liefst zoveel mogelijk op de achtergrond.
Motorische faalangst:
Hierbij wordt een beroep gedaan op de motoriek van het kind, bewegingen die het letterlijk met zijn of haar lichaam moet maken. Deze faalangst komt bijvoorbeeld tot uiting bij een sportwedstrijd of tijdens het maken van een tekening of knutselwerkje.
Cognitieve faalangst:
Dit is de angst voor het maken van fouten tijdens het huiswerk en bij proefwerken. Kinderen zijn bang dat ze het niet kunnen en denken bij voorbaat al dat ze de stof niet zullen snappen. Ze voelen zich dom en hebben vaak een 'black out' als ze het gevoel hebben te moeten presteren bij de opdrachten die tijdens een huiswerk of bij een toets gemaakt moeten worden.
Ouders kunnen hun kinderen helpen door het kind heel positief te benaderen, dus veel complimentjes te geven, ze te prijzen voor alles wat ze goed doen, hoe klein het gedrag dan ook is. Daarnaast is het belangrijk dat het kind zich thuis zoveel mogelijk kan ontspannen en zo min mogelijk druk voelt om aan hoge verwachtingen te voldoen. Kinderen met faalangst eisen vaak al erg veel van zichzelf en hebben veel aan hun ouders die hun steunen en hun de ruimte geven lekker zichzelf te zijn.
Ook het praten over de faalangst kan een goed effect hebben. Als de leerling het gevoel heeft open te kunnen vertellen over waar het mee zit en zich niet hoeft te schamen voor zijn of haar gevoel, kan dit al een hele verandering op zich opleveren. Daarnaast hebben ouders een voorbeeldfunctie; kinderen nemen vaak het gedrag van hun ouders over. Als kinderen bijvoorbeeld zien dat hun ouders soepel omgaan met hun eigen fouten en er iets positiefs uit proberen te halen, zullen zij dit gedrag doorgaans overnemen.
Buro Leerlingenhulp biedt individuele begeleiding en groepstrainingen aan om leerlingen die onzeker zijn over wat ze kunnen en bang zijn om fouten te maken, te helpen. Hierin wordt de leerlingen geleerd positiever naar zichzelf te kijken, beter met fouten om te gaan en daardoor lekkerder en meer ontspannen in hun vel te kunnen zitten.










